Alles zal drastisch veranderen. 

Een waarschuwing die zich herhaaldelijk laat horen bij grote wereldwijde gebeurtenissen en dan altijd in  negatieve zin bedoeld. In dat kader is het mij onvergetelijk gebleven dat het mij als 12 jarige duidelijk werd gemaakt dat er een zeer bedreigende oorlogssituatie zou gaan ontstaan, waarvan uit vele veranderingen zouden gaan plaatsvinden. Nog te jong om dat in zijn volle omvang te begrijpen, riep dat bij mij de alles overheersende vraag op of dat dan nog meer armoede zou gaan betekenen. Daar vader geen werk en daarmee geen inkomsten kon verwerven, beleefden wij als gezin in deze vooroorlogse tijd een naargeestige armoede met vele dagen waarop te weinig voedsel beschikbaar was, om de hongerige magen in een voldoende mate te kunnen vullen. Dit laatste had tot gevolg dat er na wat als avondmaaltijd beschouwd moest worden, meestal vroegtijdig naar bed gegaan werd in de hoop daarmede het knagende hongerige gevoel een klein beetje naar de achtergrond te kunnen verdringen.

 

Dit lukte veelal minder succesvol dan gehoopt, maar dan kon je weer wat troost vinden bij de gedachte dat dit niet alleen jou overkwam, want in die vooroorlogse jaren was er sprake van een ongelooflijke grote werkeloosheid waar nog geen werkloosheidsuitkering tegenover stond. Dit betekende dat vele gezinnen   wekelijks met enkele guldentjes van de gemeentelijke ondersteuning moesten zien rond te komen, een lastige opgave maar het overgrote deel van de buurtgenoten verkeerde in deze omstandigheden en dat maakte het leed wat beter verteerbaar. Als 12 jarige hield mij echter wel de vraag bezig wat al die in het vooruitzicht gestelde veranderingen ten gevolge van een oorlog uiteindelijk te weeg zouden gaan brengen. Gevreesd werd voor nog meer honger en afhankelijk zijn van afgedankte en afgedragen kledingstukken van gulle gevers om buitenshuis en naar school te kunnen gaan?

 Veranderingen meer gevreesd dan een oorlog.

 

Begin mei 1940 konden wij het gevreesde gaan ervaren, daar ook Nederland bij de inmiddels al tot een wereldoorlog uitgegroeide situatie werd betrokken. Het Duitse leger trok ons land binnen en had dit binnen   5 dagen geheel veroverd, waarna het al snel duidelijk werd met wat voor veranderingen wij te maken zouden krijgen. De Duitse bezetting liet al gauw weten wat je als Nederlander wel of niet mocht doen en daar tegen ingaan werd onbarmhartig afgestraft. In het begin nog in een matige vorm maar in de loop van de tijd op een steeds hardhandigere wijze tot opsluitingen in gevangenis of concentratiekamp en openbare fusillades in de woonwijken aan toe. Hierdoor ontstond er een steeds meer toenemende angstsituatie die het dagelijkse leven ging overheersen, daar tegenover stond echter ook weer dat deze vijandelijke bezetting ook voordelen met zich mee bracht. Werkloze jongeren werden naar Duitsland getransporteerd om daar in de oorlogsindustrie te werk gesteld te worden en ten gevolge van de vele oorlogshandelingen ontstond er ook meer werkgelegenheid en dat maakte het voor vader mogelijk om ook weer een betaalde werkkring te verkrijgen. Vanaf dat moment behoefde er dan ook nooit meer met een hongerig gevoel naar de slaapkamer te worden gegaan, ook gedurende de gehele navolgende oorlogsperiode niet. Al dient bij dit laatste voor de goede orde wel te worden vermeldt dat er het laatste 1½ jaar van de oorlog door mij ondergedoken moest worden, om aan te werkstelling in Duitsland te ontkomen. Dit verschafte mij een onderduikadres bij een aan boeren verwante familie en dat betekende dat de hongerwinter, waar vooral het westelijk deel van Nederland vreselijk onder te lijden kreeg, geheel aan mij voorbij is gegaan. Ik mocht zelfs sneetjes brood uitdelen aan mensen die bedelend om iets eetbaars langs de deur kwamen.

 Alles bijeen zeer drastische veranderingen met totaal onvoorziene uitersten.

 

Direct na de beëindiging van de tweede Wereldoorlog besloot men in geheel Europa een van oorlog gevrijwaarde politiek te gaan doorvoeren. Nederland sloot zich daar heel spontaan bij aan maar was tegelijk één van de eerste die weer ten oorlog voer. Onze vooroorlogse kolonie, Nederlands Indië, was ruim 3 jaar lang door Japan bezet en daardoor losgekomen van de overheersing en uitbuiting van Nederland. Dit had het verlangen naar vrijheid bij de inlandse bevolking zodanig aangewakkerd, dat men vrij kort na de terugtrekking van de Japanners de Republiek Indonesië uitriep en zich daarmee gelijk vrij van de Nederlandse bezetting verklaarde. Daar konden Nederlandse politieke groeperingen zich niet mee verenigen, daar men meende dat dit de Nederlandse economie in zijn algemeenheid nadelig zou veranderen. Er werd dan ook binnen de kortste keren besloten om een flinke legermacht naar Indonesië te zenden, om daar zo snel mogelijk de oude gevestigde orde te herstellen. Dit besluit werd naar de buitenwereld aangekondigd als een humanitaire politieke actie ter bescherming van de vele nog in de overzeese gebiedsdelen aanwezige landgenoten. Een fraaie verontschuldiging maar in werkelijkheid betekende dit echter een kwalijke guerrillaoorlog tegen de vrijheidsstrijders van een land dat meer dan 300 jaar onderdrukt en uitgebuit was door Nederland. Ook hier werden weer jonge levens en toekomstdromen zonder meer opgeofferd aan de belangen van enkele belanghebbende Nederlanders, die vreesden voor het verlies van hun   inkomstenbron. Dit avontuur is zoals bekend en mede door bemoeienissen van grote wereldmachten op een enorm debacle uitgelopen, echter zonder dat daar de voorspelde nadelige veranderingen aan gepaard zijn gegaan. Nederland had het de eerste 5 jaar na de oorlog zeker niet makkelijk, maar daarna is het, in vergelijking met de vooroorlogse jaren, als land in zijn geheel een stuk welvarender geworden.

 Ook hier is er dus geen sprake van een drastische nadelige verandering.

 

In het jaar 1973 werd Nederland geconfronteerd met de gevolgen van een onverwachte olie -crisis. Er ontstonden autoloze zondagen en onze toenmalige minister-president voorspelde, als zoveelste in de reeks, grote en wereld omvattende nadelige en drastische veranderingen ten opzichte van de mobiliteit. Ook dit is niet bewaarheid geworden, want na deze kortdurende crisis moest er heel veel groen plaats maken voor asfalt ten behoeve van een sterk toenemende groei van het auto- en vrachtverkeer. Tel daar ook nog het zich alsmaar uitbreidende en milieu-onvriendelijke luchtverkeer bij op, dan luidt ook hier de eindconclusie:

 Een drastische verandering, ja zeker, maar dan wel in een geheel ander opzicht dan in eerste instantie bedoeld.

 

De laatste jaren wordt er steeds nadrukkelijker verwezen naar de nadelige veranderingen die het  klimaat wereldwijd ondergaat. Daarbij wordt er ten zeerste gevreesd voor onvoorstelbaar grote natuurrampen die het voortbestaan van al het leven op Aarde ernstig zullen gaan bedreigen. Naast deze dreiging wordt het ook steeds duidelijker dat de aarde overbevolkt geraakt en dat ten gevolge daarvan binnen een afzienbare tijd ernstige voedsel- en watertekorten dreigen te ontstaan. Dit zijn niet zo maar vage levensbedreigende signalen, maar veel meer duidelijk waarneembare conclusies. Erg veel indruk schijnen deze waarnemingen tot op heden echter niet te maken, de mensheid blijft wereldwijd doorgaan met een overvloedig consumeren en het onnodig verspillen van voedsel en grondstoffen, wellicht denkend dat het de eigen tijd wel uit zal duren.

Het gaat hierbij echter wel om duidelijk waarneembare veranderingen die van grote invloed zullen zijn op het voortbestaan en het welzijn van onze kinderen en kleinkinderen. 

 Dit laatste zou toch een ieder van ons ten volle moeten aanspreken.

 

Tot slot zijn wij begin dit jaar geconfronteerd met de bedreiging van het corona-virus. Direct daarop aansluitend werd er weer verkondigd dat deze bedreiging vele veranderingen in onze huidige maatschappij te weeg zou gaan brengen. De klimaatbeheersing zou meer aandacht verkrijgen, er zou meer gedaan gaan worden aan het terugdringen van de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk, de luchtvaart zou met meer restricties te maken krijgen, waar onder een terugdringen van het aantal te goedkoop zijnde vluchten naar reisdoelen die ook heel goed per trein bereikbaar zijn. In de zelfde trend volgden er nog een hele reeks hoopgevende voorspellingen, maar wat valt daar van waar te nemen nu de bedreiging van het corona-virus lichtelijk aan het afnemen is?  De profiteurs die misbruik maken van het corona-virus probleem hebben zich al weer gepresenteerd, de vliegtuigen stijgen al weer op voor de goedkope vakantievluchten en de protesten tegen de wenselijk geachte voorzorgsmaatregelen worden met de dag luider. Maar ook de boeren laten zich niet onbetuigd en trekken er met hun tractoren op uit als protest tegen de hoog noodzakelijk geachte milieumaatregelen.

 Ook hier is men weer uitgekomen op een hele reeks van veranderingen,
waarvan de uitkomst zeer twijfelachtig geacht mag worden
.

 +=+=+=+=+=+



[Naar overzicht]