Het corona-virus houdt onze Overheid een spiegel voor.

2014 was het jaar waarin onze Overheid zich grote zorgen maakte over de enorme kostenstijging ten opzichte van de zorgvoorzieningen voor chronisch Zieken, mensen met een beperking en het alsmaar toenemende aantal ouderen met een zorgbehoefte. Gevreesd werd dat de daaraan verbonden kosten  binnen een afzienbare tijd niet meer op te brengen zouden zijn en er werd dan ook besloten om met ingang van 1 januari 2015 over te gaan tot drastische bezuinigen op het pakket van zorgverleningen. 

Zeer ingrijpend was daarbij het uitgangspunt dat iedere zorgbehoeftige in de eerste plaats invulling diende te geven aan de eigen verantwoordelijkheden met inbegrip van het zelfstandig regelen van de benodigde hulp en ondersteuning en een zo lang mogelijk in de eigen woonomgeving verblijven. Men diende zich wat meer te richten op de hulp vanuit de familie, de kennissenkring of de naaste buren.

Met de invoering van deze stelregel verschafte onze Overheid zichzelf de benodigde ruimte om het aantal zorginstellingen te kunnen verminderen, meerdere verzorgingshuizen te sluiten en het aantal bedden in de verpleeghuizen tot een minimum terug te brengen. Daarnaast werden er ook nog enkele belangrijke ziekenhuizen opgeheven, op zich een kwalijke vorm van kapitaalvernietiging, maar tevens een handelswijze waarbij vele verpleegkundigen en hun ondersteunende krachten op straat kwamen te staan en dat in een tijd waarin men zich al grote zorgen maakte over het dreigende  te kort van de benodigde handen aan het bed.
Kortom een reeks maatregelen waarvan men zich mag afvragen of het kabinet Rutte hier wel voldoende doordacht te werk is gegaan.
Een vraag die eveneens gesteld kan worden bij het besluit van de Overheid om alle aan de Wmo gerelateerde voorzieningen over te hevelen naar de gemeenten. Dit onder het mom dat gemeenten dichter bij de bevolking staan en daarmede beter kunnen beoordelen waarmede de eigen zorgafhankelijke inwoners het meest gebaat zouden zijn. Slim bedacht, maar men verzuimde om de daaraan gepaard gaande kosten ook in een evenredige mate aan deze gemeenten toe te kennen, het directe gevolg daarvan was dat vele gemeenten in een nijpende geldnood geraakten waar de burgers dan weer de nadelige gevolgen van ondervinden in de vorm van achterblijvende gemeentelijke voorzieningen of onevenredige lokale lastenverzwaringen voor de inwoners van krap bij kas zittende gemeenten.
De Overheid komt zo echter wel aan de zo wenselijk geachte bezuinigingen, helaas betaalt de burger uiteindelijk de rekening van het geheel.

Begin dit jaar, precies 5 jaar na de invoering van voornoemde bezuinigingen, werden er berichten vernomen dat zich in China een nieuw virus had geopenbaard, een virus waar tegen nog geen  bestrijdingsmiddelen voorhanden waren. Dit corona-virus, Covid-19 genaamd, had daarmee tegelijk al een zeer gevaarlijk karakter, gekoppeld aan de vrees dat het zich wereldwijd zou gaan verspreiden. Deze vrees werd al heel snel bewaarheid en ook Europa ontkwam niet aan deze realiteit, waarop  het slechts wachten werd op het moment dat dit virus ook in Nederland zou toeslaan. Daar hoefde niet lang  op gewacht te worden, het begon met een enkele verontrustende melding al heel snel gevolgd door berichten over een snel toenemend aantal ziekenhuisopnames in het zuiden van Nederland. Daarmede openbaarde zich gelijk het kwalijke gevolg van de vergaande bezuinigingen van de voorgaande jaren en men kreeg direct te maken met een krapte aan voldoende geschikte bedden voor de opvang van de grote toeloop aan corona-patiënten. Vooral de opvang van patiënten met ernstige klachten ten opzichte van de luchtwegen en longen werd meteen al problematisch vanwege een landelijk tekort aan intensive-care opnamemogelijkheden voor deze patiënten die met behulp van  beademingsapparatuur kunstmatig in slaap gebracht moesten worden. Bovendien bleek er daarnaast een nijpend tekort te zijn aan voldoende deskundige verpleegkundigen en bijkomende verzorgenden die volledig verantwoord met de beademingsapparatuur konden omgaan.
Een zeer bedreigende situatie wat zomaar tot een nationale ramp had kunnen leiden.  
Dat men dit ternauwernood heeft weten te voorkomen, hebben wij grotendeels te danken aan de enorme inzet en opofferingen van het gehele ziekenhuispersoneel, van verpleegkundigen tot aan specialisten en het personeel van alle facilitaire diensten aan toe. Normale diensttijden deden er niet toe er werd doorgegaan waar dat moest, veelal onder grote druk en soms met een tekort aan benodigde beschermingsmiddelen, wat ook nog eens een groot risico voor de eigen bescherming tegen het virus met zich meebracht.

Zijn wij in dit opzicht veel lof en dank verschuldigd aan al het ziekenhuispersoneel, dan geld dit ook in een zelfde mate ten opzichte van al het personeel van verzorgingshuizen, verpleeghuizen en alle thuiszorgmedewerkers. Ook deze hulpverleners hebben met heel veel inspanning een belangrijk aandeel gehad in de verzorging en hulpverlening ten opzichte van risicovolle kwetsbare ouderen en chronisch zieken, veelal zonder daarbij de beschikking te krijgen over de beschermingsmiddelen tegen een dreigende besmetting van het levensbedreigende virus. Dit laatste mag als een kwalijke zaak aangemerkt worden en onze Overheid zou er dan ook goed aan doen om eens grondig te evalueren, hoe alle hiervoor aangehaalde tekorten hebben kunnen ontstaan, om een herhaling van dit euvel voor de toekomst uit te kunnen sluiten.

Dit laatste komt mij wenselijker voor dan al het applaus en de uitgesproken bewondering voor de wijze waarop al het zorgpersoneel onder moeilijke omstandigheden met veel inzet een onvoorstelbare catastrofe heeft weten te bezweren. Natuurlijk is deze enorme inzet een groot applaus waard, maar het wringt bij mij een beetje als dhr. Rutte zich daarbij zelf pontificaal op de voorgrond plaatst, terwijl hij als minister-president al eerst verantwoordelijke geacht mag worden voor alle bezuinigingen die onder zijn bewind tot stand zijn gekomen en waardoor de personele en materiaal tekorten zijn ontstaan.

Tekorten die zeker niet hebben bijgedragen aan een vlekkeloze bestrijding van het zeer plotseling optredende corona-virus.

Een wat minder positieve conclusie mijnerzijds, voortkomend uit mijn afkeer van het Overheidsbesluit om ouderen en chronisch zieken zo lang mogelijk in een eigen woonvoorziening te laten verblijven. Het is bekend dat in de zorginstellingen vele kwetsbare inwoners het corona-virus niet hebben overleefd, maar hoeveel kwetsbare ouderen zijn er in de thuissituatie met corona-verschijnselen zonder de benodigde zorgaandacht ten onder gegaan?

Niemand weet het en dat beklemd mij.

 

 

 

 

=+=+=+

[Naar overzicht]