De balans van 5 jaar “Langer thuis blijven wonen”.  

 

Najaar 2014 kwam het toenmalige Kabinet van de Nederlanden tot het besef dat de zorgkosten voor een vergrijzend Nederland zodanig schrikbarend toenamen, dat er gevreesd diende te worden voor de betaalbaarheid in de toekomst. Vandaar uit bedacht men een decentralisatie van het systeem waarbij de kosten en de verantwoordelijkheden voor de zorg grotendeels vanuit de Overheid overgeheveld werden naar de gemeenten. Dit onder het mom dat daarmee de kosten voor de Overheid sterk zouden verminderen en dat de burgers een betere zorgverlening zouden verkrijgen, omdat gemeente veel dichter bij de eigen burgers zou staan. Een fraai bedachte uitvlucht, maar het uiteindelijke doel was het doorvoeren van een forse bezuiniging op de zorgkosten.

 

Aansluitend op deze overheveling van verantwoordelijkheden naar de gemeenten, werd er tegelijkertijd ook verordend dat mensen met een ziekte, ouderdomsproblemen of een handicap zo lang mogelijk in de eigen woning moesten verblijven, al of niet met behulp van mantelzorgers gerekruteerd uit de naaste familieleden en buren. Dit noemde men een participatie maatschappij waarin men elkaar verzorgde en ondersteunde. Een mooi verhaal wat nog extra beklemtoond werd met de verwijzing dat het de ouderen ten goede kwam, omdat de meest bejaarden er de voorkeur aan gaven om zo lang mogelijk in de eigen woonomgeving te verblijven, in plaats van opgenomen te worden in een zorginstelling. Daarbij kwam het extra goed uit dat dit tegelijkertijd de weg vrijmaakte om het aantal bedden in zorginstellingen sterk te verminderen en een aantal verzorgingshuizen te sluiten.

Over het algemeen genomen konden de ouderen volmondig instemmen met de verordening dat men zo lang   mogelijk thuis moest blijven wonen, opname in een zorginstelling is niet iets waar men met enig verlangen naar uitkijkt. In ieder geval niet als men zelf de regie nog goed in handen heeft en alle huishoudelijke karweitjes nog zelfstandig weet te klaren. Maar aan de andere kant zou men het toch wel op prijs stellen, als er enige zekerheid geboden werd over een passende opvang als het thuis blijven wonen echt niet meer verantwoord is, een zekerheid die vooral ten opzichte van alleenstaanden met node wordt gemist.

Inmiddels is het langer thuis blijven wonen 5 jaar van kracht, dus hoog tijd om eens een tussenbalans op te  maken.

Daarvoor zijn wat verslagen door genomen en is er enig navraag gedaan bij mensen die wat ervaring hebben opgedaan met het langer thuis blijven wonen. Dit laatste verschafte mij het gevoel dat de direct betrokkenen goed weten om te gaan met deze regeling en de meesten er zich zeer wel bij voelen, al komt er wel duidelijk uit naar voren dat het een behoorlijke wissel trekt op de hulpverleners en mantelzorgers, vooral als deze zelf ook niet meer tot de jongsten behoren. Daarnaast heb ik vrij veelvuldig ervaren dat ouderen zich niet graag als klagers laten ervaren en dat wat goed gaat sterk op te hemelen en de minder prettige ervaringen voor zich te houden. Dit doet mij voorzichtig zijn met het vaststellen van een conclusie, maar het is geruststellend dat de tevredenheid overheerst.

Deze tevredenheid belet echter niet dat er zich ook minder goed lopende resultaten laten waarnemen.
Overduidelijk komt naar voren dat er ouderen zijn, die echt wel hulp en aandacht behoeven maar dit nog niet in een voldoende mate verkrijgen. Deels omdat zij de juiste weg naar de hulpverlening niet weten te vinden en daarbij ook niet op weg worden geholpen, maar ook vanwege valse schaamte of een vorm van vraagverlegenheid. In dit verband heeft “de stichting Meerwaarde” in het verleden een zeer gewaardeerde actie ondernomen, met het oproepen van vrijwilligers die ouderen in de leeftijd van 80 jaar gingen bezoeken met de bedoeling of   deze gebaat zouden zijn bij hulp en aandacht vanuit een hulporganisatie. Een goed en welkom initiatief waarbij het alleen spijtig was dat men zich beperkte tot de leeftijd van 80 jaar, want daaronder en boven bevindt zich ook nog een grote schare bejaarden die het ook moeilijk hebben om zicht te handhaven of naar behoren te verzorgen.

Dit laatste wordt duidelijk onderstreept door de algemene klacht vanuit de ziekenhuizen, dat daar te veel ziekenhuisbedden bezet worden gehouden door ouderen die voor het ziekenhuis uitbehandeld zijn, maar daar niet uit ontslagen kunnen   worden omdat zij thuis niet de gewenste ondersteuning en   opvang verkrijgen voor een  benodigde herstelperiode. Dit leidt tot een zeer  ongewenst bezet houden van dure ziekenhuisbedden, wat in het verleden opgelost werd door een tijdelijke  overplaatsing naar een verzorgings- of verpleeghuis voor een verder herstel. Met de invoering  van het langer thuis blijven wonen, zijn echter het aantal bedden in verzorgings- en verpleeghuizen drastisch verminderd, met als gevolg dat het doorzenden van herstellende patiënten naar deze zorginstellingen niet meer mogelijk is. Een zeer kwalijke zaak vooral waar het hoogbejaarden en alleenstaande thuiswonenden betreft, maar wat ook de werkdruk in de ziekenhuizen niet ten goede komt. Dit ziekenhuis probleem geeft aan dat de beoogde kostenbesparingen, met het langer thuis blijven wonen en de sterke vermindering van opname in een zorginstelling, een duidelijke keerzijde kent, wat landelijk mogelijk tot een stevige en minder welkome verhoging van kosten gaat leiden.
Het tegendeel van het beoogde.

Een slecht vooruitzicht voor de toekomst ten opzichte van het langer thuis blijven wonen is de verwachting dat het benodigde aantal Mantelzorgers, als steunpilaren voor de oudere thuiswonenden, de komende jaren met zo 40% zal verminderen en dat deze door de band genomen ook nog eens een hogere leeftijd zullen hebben. Een leeftijd waarbij deze mantelzorgers zelf ook steeds zorgbehoeftiger gaan worden. Geen gunstig perspectief want daarmee zal het langer thuis wonen een steeds lastigere opgave worden, omdat burenhulp een leuk bedacht alternatief blijkt te zijn, wat in de praktijk maar zeer sporadisch een invulling verkrijgt.

Het wordt dus hoog tijd dat onze overheid gaat uitzien naar passende oplossingen, mogelijk naar het promoten van wooncomplexen voorzien van zelfstandige en betaalbare woonruimten waarin plaats is voor zowel alleenstaanden als voor echtparen. Daarin kunnen dan de bejaarden worden opgevangen, waarvoor het geheel zelfstandig een huishouden voeren net een stap te ver is geworden. Een dergelijke opvang dient dan wel voorzien te worden van een zorgpost voorzien van een verpleegkundige en enkele zorgverleners die waar nodig een helpende hand kunnen toesteken. Het behoort beslist geen nieuw soort verzorgingshuis te worden, maar bovenal een complex waarin mensen kunnen worden opgevangen, die nog in staat zijn het eigen huishouden te besturen, maar zich op  de achtergrond verzekerd willen weten van hulp en ondersteuning als de nood aan de man komt.

Tot besluit nog even terugkomend bij het opmaken van de balans, daarbij zou voor mij een mager zesje aan het huidige functioneren van de ingevoerde verordening van het langer thuis blijven wonen kunnen worden toegekend, maar indien er in de komende jaren geen aanvullende maatregelen doorgevoerd gaan worden, kon dat wel eens teruglopen naar een armzalig viertje.

 

=+=+=+

[Naar overzicht]