Abonnementstarief Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

 

De Wmo is al meerdere jaren gericht op mensen met een chronische ziekte en/of beperking. Dit zal ook voor 2020 het geval zijn, maar er zullen wel enkele kleine veranderingen in deze Wmo duidelijker van kracht worden. De opmerkelijkste verandering is de invoering van een Wmo-abonnementstarief in 2020 en in dat verband komt het mij zinnig voor om in een kort overzicht aan te geven wat deze nieuwe regeling voor u kan betekenen als u aangewezen bent op één of meer Wmo-voorzieningen vanwege een beperking en/of chronische ziekte.

 

 

De overheid wil u met de invoer van een Wmo-abonnementstarief in 2020 een tegemoetkoming bieden in de stapeling van eigen bijdragen zoals deze verbonden zijn aan de ondersteuning en hulpverlening via de Wmo. De wettelijk verplichte eigen bijdrage van 385 euro van uw zorgverzekering zal daarvan uitgesloten zijn, deze zal door een ieder voldaan moeten worden. Ter voorkoming van een daarnaast voortkomende stapeling aan eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen is er nu bepaald dat er in 2020 voor de meeste Wmo-voorzieningen een abonnementstarief gaat gelden, met een tarief van maximaal 19 euro voor een periode van vier weken, ongeacht het aantal toegekende voorzieningen. Een zeer  aanmerkelijk kostenverlichting voor veel mensen met een chronische ziekte en/of een beperking.

 

Het abonnementstarief van 19 euro geldt in principe  voor alle maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen met een duurzame hulpververleningsrelatie. Een maatwerkvoorziening en/of algemene voorziening staat ter beschikking voor iedere inwoner van de gemeente van inwoning, wat betekent dat men zich met een hulpvraag voor een voorziening rechtstreeks tot de eigen gemeente kan wenden, zowel voor een maaltijdvoorziening als voor een noodzakelijk hulpmiddel. Ten behoeve van een algemene voorziening zal er geen uitgebreid onderzoek plaats vinden naar uw persoonlijke situatie, dit in tegenstelling tot een maatwerkvoorziening waar bij wel nadrukkelijk naar de persoonlijke situatie gekeken wordt. Een maatwerkvoorziening wordt alleen verkregen, indien de aanvrager niet afdoende geholpen zou zijn met een passende algemene voorziening. Om dit te kunnen bepalen wordt er door de gemeente vrij uitgebreid onderzoek gedaan naar uw behoeften en situatie, wat meestal via een gesprek bij u thuis plaats vindt. Het zogenaamde keukentafelgesprek.

Niet alle algemene voorzieningen vallen echter onder het abonnementstarief, de grote uitzonderingen worden hier onder vermeld, maar er doen zich ook situaties voor waarvoor het tarief van19 euro per maand niet passend zou zijn. Voor dergelijke situaties kan de gemeente dan een eigen en aparte op de hulpvorm, afgestemde bijdrage vragen. Zo brengen velen gemeenten voor het aangepaste vervoer een lagere eigen bijdrage per uitgevoerde rit in rekening, daar 19 euro een te hoge vergoeding zou zijn als er per periode slechts eenmalig gebruik gemaakt wordt van deze bijzondere vervoersvorm.

Het abonnementstarief vooral gunstig ten opzichte van een duurzame hulpverleningsrelatie.

Wellicht is het u minder duidelijk wat er onder een algemene voorziening met een duurzame hulpverleningsrelatie verstaan dient te worden. Om u daarin tegemoet te komen worden er hier enkele voorbeelden gegeven van wanneer er wel of geen sprake is van een duurzame hulpverlening:

 

  • Wordt u een Algemene voorziening toegekend waarbij sprake is van een langere tijd verlenen van regelmatige werkzaamheden in uw belang, dan is dit een duurzame hulpverlening. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het schoonhouden van uw woning of hulp bij uw administratie. 
  • De hulpverlener moet daarbij dan wel voor een langere periode aan u toegewezen zijn. Er is geen sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie indien u een kort durende ondersteuning toegewezen krijgt, zoals bijvoorbeeld voor een herstelperiode na ontslag uit een ziekenhuis. 
  • Het bezorgen van maaltijden aan huis, zoals bijvoorbeeld van tafeltje dekje en overeenkomstige verzorgingsactiviteiten, vallen niet onder het begrip van een duurzame hulpverleningsrelatie. 
  • Er is wel sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie als u een voorziening toegewezen krijgt, waarbij de te verrichten werkzaamheden de grootste kostenpost is en de hulpverlener voor een langere tijd regelmatig bij u aan huis komt. 
  • Er zijn ook Wmo-voorzieningen waarbij in bepaalde gevallen wel sprake kan zijn van een duurzame hulpverleningsrelatie, terwijl deze in grote lijnen daar niet onder vallen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de respijtzorg waar slechts een enkele keer per jaar gebruik van wordt gemaakt. Dit kan dus niet als duurzaam beschouwd worden. Maar respijtzorg kan echter ook aangewend worden voor gezinnen met een kind met een levenslange beperking is, of waar een gezinslid met een ernstige chronische aandoening deel van uitmaakt. In beide gevallen wordt. 
  • Het zelfde geldt in grote lijnen ook voor de dagbesteding. Is men daar regelmatig, meerdere keren per week, op aangewezen, dan is ook hier sprake van een duurzame hulpverlenings-relatie. Het bezoek aan een buurthuis waar men door vrijwilligers opgevangen en bezig gehouden wordt, valt echter weer niet onder de noemer duurzame hulpverleningsrelatie.

 

Nawoord:

Dit Wmo-abonnementstarief is via het ministerie van V.W.S. tot stand gekomen. Half 2019 is deze nieuwe regelgeving al eens door mij onder uw aandacht gebracht, maar kennelijk gaat het nu in 2020 ook werkelijk in werking treden. Financieel voor velen een welkome verbetering alleen is het spijtig dat men gemeenten ook nu weer enige ruimte laat om er plaatselijk wat aanpassingen op los te laten. Dit gaat betekenen, dat men als chronisch zieke of met een beperking in de ene plaats een betere en gunstigere ondersteuning gaat verkrijgen dan in een andere plaats of nabuur gemeente. Jammer want vooral hier zou een gelijkberechtigdheid moeten gelden voor mensen die het minder makkelijk hebben. 

Deze ongelijkheid wordt in de hand gewerkt door de bepaling dat gemeenten zelf kunnen bepalen bij welke van de eigen algemene voorzieningen het begrip duurzame hulpverleningsrelatie meegenomen gaat worden. Daar gaat een wirwar aan maatstaven uit ontstaan, al naar gelang dat een gemeente de te leveren zorg kan bekostigen. Er is wel enig begrip voor deze weeffout want de vraag naar hulp in de huishouden is groot en voor vele gemeenten vrijwel onbetaalbaar, maar dat zou geen vrijbrief mogen zijn voor een ongelijkmatig handelen. Overheid en gemeenten hebben zelf voor dit systeem gekozen, dus dient daar ook een correcte afhandeling bij toegepast te worden. 

Per gemeente kan er dus bepaald worden aan welke algemene voorzieningen als een duurzame hulpverleningsrelatie beschouwd kunnen worden. Een keuze die gemaakt dient te worden per voorziening en niet per individuele cliënt. Heeft een gemeente bepaald dat een algemene voorziening niet onder het abonnementstarief valt, dan staat het de gemeente vrij om de eigen bijdrage vast te stellen. Dit maakt het geven van een algemeen advies er niet eenvoudiger op en de enigste raad die in deze gegeven kan worden luid dan ook; Heeft u een algemene  Wmo-voorziening toegewezen gekregen, of gaat u deze nog verkrijgen, vervoeg u dan aan de loketten ten gemeentehuize om aldaar te informeren of het Wmo-abonnementstarief ook voor u gaat gelden. Wellicht moet u nog even geduld hebben voor het juiste antwoord, maar valt dit negatief voor u uit dan kan daar altijd nog een bezwaar tegen aangetekend worden. Betaalt u momenteel uw eigen bijdrage via het CAK dan mag u binnenkort een bericht verwachten, waarin aangegeven staat wat voor u de eigen bijdrage in 2020 gaat worden. 

P.S.

Een maatwerkvoorziening behoort volgens de regelgeving altijd onder het abonnementstarief te vallen

 

=+=+=+

[Naar overzicht]