De sociale huurwoning blijft problematisch (vervolg).

De vorige maand werd er aandacht besteed aan de problemen op de woningmarkt en wel in het bijzonder naar het steeds knellender wordende gebrek aan betaalbare huurwoningen. Een krapte die vele lagen van de bevolking treft en wat met de toenemende wachtlijsten een steeds verontrustendere vormen dreigt aan te nemen. Dit euvel valt te wijten aan meerdere oorzaken, waarbij de financiële kant een zeer belangrijke factor is en vanwaar uit er in een toenemende mate minder welkome asociale verhoudingen in ons land zichtbaar worden.

De drang tot makkelijk winst maken verkrijgt zichtbaar de overhand,
ook als dit ten koste gaat van de minder financieel draagkrachtige medeburger. 

Met het bouwen van betaalbare huurwoningen valt minder winst te behalen, dan met de bouw van vrije vestiging, appartementen en koopwoningen dus genieten deze laatste bouwvormen de voorkeur. Op zich wel begrijpelijk al plaatst men daarmede wel ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking in een zeer nadelige positie. Een goed regeringsbeleid zou daar enig evenwicht in te weeg kunnen brengen, helaas is dat nauwelijks herkenbaar en ziet men vanuit onze landelijke bewindvoerders veel meer aandacht uitgaan naar belastingverlagingen voor mensen die zich financieel gezien, een zeer riante woonvoorziening met alle bijkomende luxe kunnen veroorloven. Dat is een ieder van harte gegund, maar laat dit dan nimmer de belangen van de wat minder fortuinlijke burger verdringen. Ten opzichte van de woningmarkt begint het er echter meer en meer naar uit te zien dat daar momenteel wel duidelijk sprake van is.

 

De bevestiging van deze conclusie valt op te maken uit het onlangs kenbaar gemaakte ongenoegen van een makelaar die zich zeer verdrietig voelde, over de vele berichten van ongenoegen die hem ten deel waren gevallen, na zijn bemiddelende rol bij de verkoop van een gewoon rijtjes huis in het Amsterdamse Buitenveldert voor het ongelofelijke bedrag van 1,45 miljoen Euro. De vele verontwaardigde berichtjes via telefoon en e-mail ten opzichte van zijn medewerking aan deze verkoop, had hem veel verdriet gedaan, daar hij gewoon zijn werk en niets meer of minder had verricht. Bovendien betrof het hier een zakelijke handeling waar buitenstaanders niets mee te maken hadden, dus was elk verwijt tot hem gericht volkomen onterecht. Kennelijk is het verdriet van deze makelaar zo groot, dat hij zich het verdriet van de nog jeugdige Amsterdammers, die tevergeefs zoekende zijn naar een passende en betaalbare woning in de eigen stad, niet in kan denken. Nog minder sociaal is zijn opvatting dat dit een aangelegenheid is waar buitenstaanders helemaal niets mee te maken hebben. Een kortzichtig en schrikbarend oordeel. Zijn medewerking aan deze verkoop zal ongetwijfeld van invloed zijn op de verkoopprijs van meerdere te verkopen woningen in en rond Buitenveldert, menig huiseigenaar zal zich hierdoor rijk rekenen en dat zal de woningmarkt in geheel Amsterdam en omgeving niet ten goede komen. Het directe gevolg zal zijn dat dat de Amsterdamse woningmarkt, zowel ten opzichte van koop- als  huurwoningen, van een nog steviger prijskaartje voorzien zal worden. Met als gevolg een nog grotere vlucht van Amsterdamse woningzoekenden naar omliggende gebieden, waardoor ook daar weer een grotere druk op de woningmarkt zal ontstaan. Het is dus wel degelijk een zaak die niet alleen de makelaar, de koper en verkoper aangaat, maar ons allen raakt.

 

Dit probleem doet zich in meerdere grote steden voor waarbij investeerders uit zowel binnen als buitenland massaal woningen opkopen om daarmee via kamerverhuur aan toeristen veel winst te behalen. Zelfs een lid van ons koningshuis bezondigt zich aan deze kwalijke handelswijze van winstbejag ten koste van de minder financieel draagkrachtigen. Voor mij onbegrijpelijk dat onze overheid daar geen paal en perk aan weet te stellen en een kleine groep geldwolven onbelemmerd de publiekelijke voorzieningen laat uitmelken. De belastingbetaler die in een belangrijke mate heeft bijgedragen aan de vervolmaking en structuur van deze woningen plus nabije omgeving staat daardoor met lege handen. Dat kan zomaar in Nederland.

 

Erger nog, het kan onze overheid zelfs verweten worden, dat zij ten volle aan deze ontwikkelingen heeft bijgedragen door de invoering van een verhuurdersheffing. Met de invoering van deze heffing werd ruim 2,2 miljard Euro uit de huuropbrengst van de woningcorporaties overgeheveld naar de schatkist om daar van uit gebruikt te gaan worden voor de financiering van andere doeleinden dan de woningbouw. Dit zeer ten nadele van de bouwproductiviteit, want deze heffing betekende een stevige rem op de bouw van huur- woningen omdat de daarvoor benodigde, uit de huren afkomstige, gelden sterk worden afgeroomd. De gevolgen zijn  dan ook zichtbaar in de vorm van een schrijnend tekort aan huurwoningen in de sociale en betaalbare sector. Met als resultaat enorme wachtlijsten met wachttijden ruim de 10 jaar overschrijdend. Dit betekent dat velen langdurig uitzien naar een passende en betaalbare woning, op zich een euvel waar de financieel minder draagkrachtigen het meest door getroffen worden. De overheid zou er in vele opzichten dan ook goed aan doen als de verhuurdersheffing zo snel mogelijk werd afgeschaft, dat zou meer ruimte op de bouwmarkt verschaffen, speciaal ten opzichte van de bouw van huurwoningen. Want onder de huidige regeling is het gewoon onaantrekkelijk om nog tot de bouw van huurwoningen over te gaan daar de te maken kosten, ten gevolge van de verhuurdersheffing niet terug te verdienen vallen uit de netto huuropbrengsten. De jaarlijkse huurverhogingen zouden daar in moeten voorzien, maar daar kan niet alsmaar mee doorgegaan worden, wil men de huren nog voor een ieder enigszins betaalbaar kunnen houden. Dus weg met de verhuurdersheffing en kies voor een minimale huurverhoging per jaar.

Een ander voorbeeld van teloorgang van betaalbare woonvoorzieningen voor ouderen, wordt door mij van zeer nabij waargenomen. Wonende in een rijtje van 12 seniorenwoningen in de wijk Toolenburg, stuk voor stuk woningen die aanpasbaar gebouwd zijn en daarmede uitermate geschikt ingericht kunnen worden voor ouderen met de indicatie van zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Gaan steeds meer bewoond worden door jongeren en door gezinnen met kinderen, waar deze woningen totaal niet op berekend zijn. Bijna 30 jaar geleden ben ik daar met meerdere senioren komen wonen, allen tussen de 60 en 65 jaar oud. Intussen heeft de tijd zijn tol geëist en ben ik tot de enigst overlevende van deze eerste groep bewoners gepromoveerd. Niets bijzonders, maar werden er in het begin de open gevallen plaatsen weer ingenomen door andere senioren, langzaam aan is dat gaan veranderen in de komst van jongere gezinnen. Deels ten gevolge van de jaarlijks stijgende huren die door vele senioren niet meer opgebracht kunnen worden, maar ook ten gevolge van de plaatsing van uit het buitenland afkomstige statushouders. Daarnaast werden er de laatste 2 jaar ook opengevallen plaatsen opgevuld door jongere Nederlanders die er op de huidige woningmarkt niet in slaagden om een voor hen passende woning te vinden. Een ontwikkeling waar niets mis mee is, want iedereen heeft het recht op een goede woonvoorziening, maar het gaat hierbij wel om woonvoorzieningen specifiek voor ouderen bestemd en daar wordt op deze wijze niet aan voldaan. Dit ondanks dat meerdere ouderen op zoek zijn naar een voor hen passende woning wat veelal ook weer een grotere woning doet vrijkomen, op zich weer bevorderlijk voor de doorstroming. Wat mij echter in een hoge mate verontrust is de handelwijze van de huiseigenaar, komt een woning om welke reden ook vrij, dan laat hij daar het een en ander in vertimmeren, haalt de witkwast door de woning en deze is dan van sociale huurwoning omgebouwd tot een vrije sector woning voorzien van een zeer sterk verhoogde huurprijs. Onbetaalbaar voor de doorsnee senior, maar tegelijk voorzien van het vraagteken hoe dit door en voor een statushouder opgelost wordt. Dit zijn bepaald geen betaalkrachtige mensen gezien de spullen die vanuit de Meerwinkel aangedragen worden, maar de huiseigenaar kan zeker ook niet van een filantropische inslag beschuldig worden, dus zal er wel langs ander wegen bijgedragen moeten worden. Op zich geen zaak wat mij aangaat, maar dat voelt wel totaal anders aan waar het de woning betreft, het is een seniorenwoning ingericht en bedoeld voor ouderen met maximaal plaats voor twee personen en beslist niet geschikt voor een gezin met twee kinderen. Maar op deze wijze worden er wel reële senioren voorzieningen verkwanseld zonder dat anderen daar echt bij gebaat zijn en dat verontrust mij. Deze oplossing van problemen heeft als een niet direct ter zake doende bijkomstigheid, dat ik aan weerszijden buren heb verkregen waar over en weer vanwege de taalproblemen niet mee kan worden gecommuniceerd. Dit kan nog tot een heel leuk puzzeltje gaan leiden, indien er door mij, onverhoopt, de indicatie van langer thuis blijven wonen gaat gelden en vandaar uit bij mijn buren voor de een of andere vorm van hulp aangeklopt zou moeten worden. Een bijzonder multicultureel getint vooruitzicht als vreemdeling in eigen land.


 =+=+=+

 

[Naar overzicht]