DECENTRALISATIE.

De invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning ( Wmo) in het jaar 2006 mag als eerste schreden op het pad van de decentralisatie beschouwd worden.
De volgende stap werd gemaakt op 1 januari 2012 met de overheveling van de extra murale begeleiding vanuit de AWBZ naar de Wmo en het streven naar passend onderwijs.
Met deze eerste stappen op het decentralisatie pad konden gemeenten ervaren wat dit voor hen betekende en wat zij daar mee aankonden en wilden.

 Medio 2014 begon de landelijke overheid meer en meer te vrezen, dat de steeds maar oplopende kosten voor het totale pakket aan zorgvoorzieningen op de duur een onbetaalbare kostenpost zou worden, waarop de toenmalige ministerraad besloot, om tot een algehele decentralisatie over te gaan waarbij de verantwoordelijkheden van de rijksoverheid overgingen naar de gemeenten. Dit onder het motto, dat gemeenten dichter bij de eigen burger staan en daarmede ook beter kunnen beoordelen welke maatregelen er nodig zijn om een hulp vragende burger de meest adequate ondersteuning te bieden. Een fraai bedacht argument die in werkelijkheid een drastische bezuiniging diende te verbloemen.

Per 1 januari 2015 is deze grote decentralisatie definitief ingevoerd en nu dus exact vier jaar in de praktijk werkzaam, daarmee is het toe aan een bescheiden evaluatie. Om daarbij de decentralisatie  in zijn geheel aan een beschouwing te onderwerpen, is voor de aard en de grootte van dit rubriekje echter een te omvangrijke opgave wat tot het besluit heeft geleid, om ons hierin te beperken tot een voor onze doelgroep zeer belangrijk aspect uit het totale decentralisatie project.

Dit belangrijke aspect is ongetwijfeld de bepaling dat men, ongeacht de aard en de ernst van een ziekte, aandoening of handicap, een passende invulling aan de eigen verantwoordelijkheid dient te  geven. Waarmee bedoeld wordt, dat men met een beperking of aandoening, met of zonder hulp van familieleden, professionele hulpverleners of derden, zo lang mogelijk op eigen kracht thuis dient te verblijven om pas als dit absoluut onmogelijk is geworden, aanspraak te kunnen maken op een opname in een zorginstelling. Velen van ons zullen ook niet anders willen, maar tussen willen en mogelijk zijn ligt maar een flinterdunne scheidslijn waar weinig eigen invloed op uit te oefenen valt. Een gezond leven kan van grote invloed zijn, maar dat heb je veelal niet voor honderd procent in eigen hand. Roken kan je nalaten, maar luchtvervuiling en uitlaatgassen kun je moeilijk vermijden. Matig eten en drinken kan jezelf bepalen, maar toevoegingen kunnen een zeer nadelige invloed uitoefenen. Kortom gezegd, veel heb je in eigen hand, maar aangeboren eigenschappen en minder gunstige levensomstandigheden kunnen van doorslag gevende betekenis zijn en dat houdt in dat vroeg of laat “het langer thuis blijven wonen” voor een ieder van ons een lastige en onontkoombare opgave kan worden en dan is het wel zo prettig als men weet dat er vanuit de overheid terdege is nagedacht is over haalbare en passende oplossingen.

Met dit laatste wordt meteen het knelpunt van onze beperkte evaluatie aangegeven. De landelijke overheid heeft bij de overheveling van de verantwoordelijkheden naar de gemeenten toegezegd om  daar een financiële bijdrage aan te verbinden, maar wetende dat het geheel ontsproten is uit de intentie om tot bezuinigingen te komen, valt het niet moeilijk te begrijpen dat deze aangezegde tegemoetkomingen aan de matige kant zullen zijn en dat vele gemeenten daarmee financieel in de problemen kunnen komen, met als gevolg dat er landelijk grote verschillen zijn ontstaan in de zorgverlening voor mensen die daar voor een belangrijk deel op aangewezen zijn. Een evenzo groot probleem komt voort uit de sterke inkrimping van zorginstellingen waardoor er een groot tekort aan opname mogelijkheden dreigt te ontstaan voor mensen, waarvan het zich langer handhaven in de eigen woonomgeving een minder haalbare aangelegenheid wordt. Dit laatste geldt in hoge mate voor ernstiger dementerenden en verwarde personen. Ten opzichte van deze beide groeperingen doen tot op heden de landelijke en lokale overheden een nadrukkelijk beroep op het sociale netwerk en de naaste buren en kennissen van deze extra kwetsbare burgers om deze zoveel mogelijk bij te staan. Maar hoe reëel mag dit geacht worden, bij de wetenschap dat beide categorieën een nimmer aflatende toezicht en ondersteuning behoeven voor 24 uur per dag en 7 dagen in de week. Heeft men wel eens nagedacht over hoeveel hulpverleners daar voor nodig zijn en wat dat bij de steeds hogere levensduur van de mensen gaat betekenen? Ons inziens staat dit haaks op het besluit om het aantal bedden in de zorginstellingen drastisch te verminderen, tenzij men heel snel overgaat tot de bouw van compartimenten met gecombineerde bouw en zorg voorzieningen tegen betaalbare huur- en koopprijzen.  Niets  doen in die richting betekent een onherroepelijk vastlopen in de nabije toekomst met de kwetsbare en minder draagkrachtige mensen als slachtoffers.

Naast de dementerenden en de sinds het inzetten van de decentralisatie toenemende aantal verwarde personen, speelt ook de vereenzaming een belangrijke rol bij het besluit om mensen met een ziekte of beperking langer in de eigen woonvoorziening te laten verblijven. Vereenzaming staat niet direct in verbinding met het “langer thuis blijven wonen”, maar het is wel een belangrijke factor wat de vereenzaming bevordert. Het langer thuis wonen met een ziekte of beperking is minder bevorderlijk voor het onderhouden van contacten met familie en bekenden, die van de weersomstuit dan ook weer minder op bezoek gaan komen. Op zich een spijtige ontwikkeling maar de praktijk geeft aan dat dit een veel voorkomend verschijnsel is met als gevolg vereenzaming. Vereenzaming wordt in verschillende gradaties beleefd. Sommige hebben daar ten zeerste onder te lijden, anderen hebben daar nauwelijks last van en hebben genoeg aan een boek of poes en in de nabije toekomst wellicht aan een robotje. In alle gevallen heeft het echter wel het grote nadeel dat het daarbij aan sociale controle gaat ontbreken en daar kunnen vele nare gevolgen uit voortkomen. Een ernstig probleem wat de nodige aandacht vergt en niet in het laatst als een groot nadeel, van het zo lang mogelijk verblijven in een eigen woonvoorziening, beschouwd mag worden.

Enkele gemeenten in Nederland zijn daarom al overgegaan tot het bouwen van gecombineerde Woon/Zorg complexen, waarbij gegadigden een woonvoorziening kunnen huren of kopen, met daarbij het behoud van hun volledige zelfstandigheid maar wel met verscheidene voorzieningen in de nabije omgeving, meestal in de vorm van een 24 uurs zorgpost, een winkeltje voor de meest voorkomende boodschappen en een gemeenschappelijke ruimte voor de contacten of activiteiten met medebewoners. Dit komt bij mij dan ook over als een uitstekend alternatief voor het langer thuis blijven wonen en passend bij de benodigde zorgaandacht voor de categorie mensen die nog niet voor opname in een zorginstelling in aanmerking komen. Hopelijk gaan de diverse overheden op kort termijn meer initiatieven in die richting ontplooien


 

 

  =+=+=+

 

[Naar overzicht]