Armoede inherent aan overheidsbeleid.

 Eind mei vond er in Hoofddorp een bijeenkomst plaats, handelend over kinderen opgroeiend in gezinnen waar binnen de armoede overheerst. Ik had daar die middag graag bij geweest, alleen al om uit eigen ervaring te kunnen aangeven, wat het voor kinderen betekent om op te moeten groeien met de gevolgen van de armoede in het gezin. Als kind heb je daar part nog deel aan maar je voelt je wel achtergesteld en buitengesloten aan vele evenementen die voor vele andere kinderen vanzelfsprekend zijn. Je kleding verraadt de armoede en je ervaart ook de vernedering van het afhankelijk zijn van hulp van buiten af. Hoe goed en oprecht dit laatste ook is bedoeld het is en blijft een gunst waar je, hoe jong ook, je niet al te prettig bij voelt. Het veroorzaakt gevoelens van dankbaar en onderdanig te moeten zijn en het geeft je indrukken van onvrede mee die je gehele verdere leven beïnvloeden, ongeacht of er wel of geen betere tijden op het wat minder fortuinlijke begin worden verkregen.

Vrij recent nam ik kennis van een mij zeer aansprekend voorval direct in verband staande met het maatschappelijk onrecht van armoede. Een achtjarig Braziliaans jongetje, bezeten van voetbal, wilde net als al zijn leeftijdsgenootjes graag voetbalplaatjes verzamelen. Binnen het gezin waarbinnen hij opgroeide heerste echter bittere armoede en was er geen enkele ruimte om het verzamelen te kunnen bekostigen. Het desbetreffende jochie vroeg daarom plaatjes te leen bij zijn vriendjes en tekende deze stuk voor stuk na en verwezenlijkte zo doende een geheel eigen en unieke verzameling. Daar zat heel veel herkenning voor mij in en het sprak mij in hoge mate aan. Hopelijk laat deze wanhopige poging van deze jongen, bij hem talenten ontwikkelen, waar voor hem een waardiger leven uit voortvloeit.

Met het voorgaande wil ik benadrukken dat armoede je al op jonge leeftijd danig parten kan spelen.  Je wil graag meedoen en er bijbehoren maar de omstandigheden thuis laten dat niet toe. Een wrange ervaring voor vele kinderen wat door vele volwassenen onderschat wordt als een kleine van weinig betekenis zijnde onbenulligheid. Men redeneert dat dit niets is ten opzichte van de vele ernstigere problemen in de wereld, maar deze redenatie gaat niet in een gelijke mate op voor het desbetreffende kind dat op dat moment geconfronteerd wordt met de directe gevolgen van de armoede binnen het eigen gezin.

Helaas is armoede een veel voorkomend verschijnsel, ook in Nederland, het kan een gevolg zijn van lichamelijke of geestelijke beperkingen, een achterblijvend scholingsniveau, domme pech of gewoon geen kans gekregen te hebben vanwege de afkomst uit een minder fortuinlijk gezin. Stuk voor stuk factoren waar het overheidsbeleid meer en beter op in zou moeten spelen, dit zou de maatschappij in zijn geheel ten goede komen. Men beperkt zich echter tot een mondelings aangeven, dat men ieder individu gelijke kansen wil bieden, maar in de praktijk schort daar nog het nodige aan. Afkomstig uit een welgesteld gezin heeft men levenslang betere vooruitzichten, dan opgegroeid in een gezin met een minimum inkomen of nog minder. Te begrijpen valt dat deze gang van zaken moeilijk om te buigen valt, maar er zou al heel veel gewonnen zijn als daar van overheidswege toch wat meer aandacht naar uit zou gaan. Dit gebeurt tot op heden nog in een onvoldoende mate en dat rechtvaardigt voor mij het uitdragen van de stelling dat het gevoerde overheidsbeleid nauwelijks gericht is op het terugdringen van de armoede. Erger nog, het tegendeel is eerder het geval, want recente overheidsbesluiten hebben er juist aan bijgedragen dat de kloof tussen arm en rijk de laatste jaren er alleen maar groter is geworden. Dit heeft ten gevolge gehad dat de afgelopen maand juichend aangekondigd werd, dat Nederland sinds het begin van dit jaar weer 300 miljoenairs rijker is geworden. Over het overbodig geraken van voedselbanken valt echter totaal niets te vernemen. Kan dit nu echt niet een klein beetje anders?

In eigen omgeving heb ik onlangs kennis genomen van het verwijt van de fractievoorzitter van de grootste politieke partij in de Haarlemmermeer, wat er op neer kwam dat hij vond dat er te frivool omgegaan wordt met bijstandsgerechtigden. Volgens deze fractievoorzitter zou dat best een beetje minder kunnen.  Met alle respect voor deze fractievoorzitter kan men zich afvragen of hier uit eigen ervaring wordt gesproken of dat hij zich vanuit de eigen wat welgesteldere achterban heeft laten beïnvloeden.

 

Weet men wat het betekent van een bijstandsuitkering afhankelijk te zijn en je gezin niet te kunnen geven, wat je graag zou willen. Bijstandstrekker zijn is veelal geen optimale keuze maar veelal het gevolg van door anderen gestelde prioriteiten of een persoonlijk eigen gewin. Bijstand betekent vrijwel altijd armoede, het ontberen van doodgewone dagelijkse levensbehoeften en niet alle dagen voldoende brood voor al je naasten op de plank te hebben. Heeft men zelf ondervonden wat dat betekent, zo niet wees dan wel voorzichtig met hoognodige voorzieningen als te frivool te bestempelen.

Beter ware het zich oprecht af te vragen in hoeverre dit in overeenstemming is met de veel gehoorde bewering van uit de eigen fractie, dat men voluit paraat staat voor alle inwoners van de gemeente Haarlemmermeer, niemand uitgezonderd.

Een wat hoger geclassificeerde fractievoorzitter van dezelfde en tevens grootste politieke partij in Nederland, functionerend in de Tweede Kamer der Staten Generaal, gaat nog een stapje verder door te stellen, dat uitkeringstrekkers aangesproken zouden moeten worden voor het leveren van een tegen prestatie voor de verkregen bijstand. Op zich geen verwerpelijk standpunt, mits het een goede invulling verkrijgt in de vorm van een respectvolle werkopdracht met uitzicht op een betaalde baan. Dit valt helaas niet op te maken uit de toon en de wijze waarop deze suggestie geopperd werd. Dat neigt veel meer naar een dreiging en de beknotting van een wettelijk bepaalde voorziening. Ook hier geldt weer dat het overgrote deel van de uitkeringsgerechtigden graag weer aan de slag zou willen gaan om in de eigen behoeften of dat van hun gezin te kunnen voorzien. Maar dat vergt de benodigde ruimte op de arbeidsmarkt en het zou de fractievoorzitter sieren, indien hij zich daar, vanuit zijn functioneren, eens optimaal voor zou gaan inzetten. Een tegenprestatie verlangen zonder daarbij de mogelijkheden en de werkervaring van de  bijstandsgerechtigden mee te laten wegen, komt wat al te simpel op mij over en riekt naar een creëren van onbetaalde krachten ten behoeve van goed renderende bedrijven en/of instellingen. Het ware beter om aan snelle omscholingen te denken in de richting van functies waar een groeiende vraag naar ontstaan is, maar waarbij dan wel nauwlettend gewaakt dient te worden voor kwalijke onderbetalingen. Op zich leuk voor werkgevers maar fataal voor de bestrijding van armoede. Dit gevaar gaat tevens uit van de tegelijkertijd gepresenteerd suggestie om mensen met een beperking of een ziekte een lagere salariëring toe te kennen. Deze mensen bevinden zich al in de armoede zone vanwege de extra kosten ten gevolge van hun beperkingen of ziekte en worden daarmee nog eens ernstiger gedupeerd. Dat bevordert alleen maar een toename van de armoede.

Armoede is wereldwijd een enorm probleem, het kent verschillende oorzaken maar altijd valt er vast te stellen dat er binnen één en hetzelfde land of streek naast armoede ook ongekende rijkdom voorkomt. Een tegenstelling waar overheden meer aandacht aan dienen te besteden. Het eigen belang zodanig laten door woekeren dat het anderen in de verdrukking komen, valt op geen enkele wijze te billijken. Verschil in beloning naar de aard van de geleverde arbeid of verdiensten zijn volledig acceptabel en vanzelfsprekend, maar dan wel in redelijke verhoudingen. Ook Nederland kent men het probleem van puissant rijk en straatarm, wat helaas met belastingmaatregelen vanuit Den Haag ook nog bevorderd  wordt. Gevolg een toenemend aantal miljoenairs tegenover een groeiend aantal kinderen, zieken en ouderen die de meest elementaire levensbehoefte moeten ontberen.

De 21e eeuw onwaardig, maar bovenal in een hoge mate asociaal en daarmede een goede reden om daar met een
passend overheids-beleid op in te springen. Alleen dan kan onze huidige regering haar eigen lijfspreuk,
gepresenteerd bij het aantreden, “VERTROUWEN IN DE TOEKOMST “
ook inhoud geven.

 

 

De volgende bijdrage van Floor is begin september op de website, begin oktober ook weer in het blad.


  =+=+=+